Even voorstellen. Ik ben Sanne, 24jaar en ik woon in Hilversum.
Naast mijn fulltime baan bij een radiostation, een heerlijk huisje en een hele lieve groep met mensen om me heen. Heb ik vanaf dat ik een jaar of tien was een passie, schrijven.
Mijn eerste ‘werk’ was een boek over een spin. Wat niet meer voorstelde dan een paar aan elkaar geniete A4tjes. En eerlijk is eerlijk, het was niet een heel goed boekJ! Maar, de eerste stap naar mijn verslaving was gezet. Ik heb me, door de teleurstellende verkoop van het boek, niet uit het veld laten slaan en ben doorgegaan met schrijven. Alles wat er in me omging zette ik op papier. Vooral om de chaos van gedachtes in mijn hoofd wat meer op een rijtje te zetten. Elke dag, jaar in jaar uit, voor dat ik ging slapen schreef ik. Van losse zinnen, lange ontroerende verhalen tot boze brieven en songteksten.
Vorig jaar was ik samen met een vriendinnetje een maand backpacken in Thailand en Laos. Daar sloot ik een paar hectische jaren af en begon aan een nieuw deel van mijn leven. Ik ging door met schrijven en hield een dagboekje bij. Ook mailde ik wekelijks een vermakelijk verhaal, met een begin, een midden en een eind, naar vrienden en familie waarin ik alles wat we mee maakten beschreef. Dit vond ik zo leuk om te doen, dat ik sindsdien verhalen schrijf over alles wat er op mijn pad komt in dit nieuwe deel van mijn leven. De zoektocht naar mezelf, harmonie en rust.
Ik hoop dat jullie deze verhalen net zo leuk vinden om te lezen, als dat ik het vind om ze te schrijven.
Liefs,
Sanne
* ‘Goedemiddag, ik heb om drie uur een afspraak’.
- ‘Wat is uw naam mevrouw?’
* ‘Sanne de Jong’.
- ‘Heeft u uw ponskaartje bij u?’
Ponskaartje, ponskaartje, ik kan hem toch niet vergeten zijn?! Ah nee, m’n agenda met daarin m’n afspraken overzicht en jawel mijn ponskaartje liggen nog op mijn bureau. In alle haast en zenuwen met mijn stomme kop gewoon vergeten.
* ‘Uhm, nee sorry vergeten, maar ik kan wel even terug fietsen naar mijn werk?’
- ‘Sanne de Jong zei u?’
* ‘Ja, klopt...’
- ‘Om drie uur?’
* ‘Jep....’
- ‘U staat helemaal niet in het systeem’
Nee, ook dat nog.
* ‘Oh, dat is vreemd! Maar ik ben gisteren gebeld dat de afspraak vervroegd kon worden naar vandaag?’
- ‘Och mevrouw, dan moet u bij mijn collega zijn, dit is de balie voor Dokter Neurenboer’
Maar natuurlijk, dames en heren welkom in het hoofd van de soms een tikkeltje chaotische Sanne de Jong. Een kwartier later, na zes wachtende voor me en vijf minuten te laat voor mijn afspraak, stond ik aan de, gelukkig iets sympathiekere mevrouw dan de assistente aan de vorige balie opnieuw het ponskaartjes verhaal te verkondigen.
- ‘Mevrouw de Jong, wat u even kunt doen is naar de ponskaartjes balie lopen en vragen of zij opnieuw een ponskaartje voor u willen drukken’.
Tien over drie, zittend in een wachtruimte met nummertje 308 in mijn hand. Ik kijk op het scherm en zie dat nummer 304 aan de beurt is. Nouhou, was ik zo mooi op tijd... Pfff warm, nieuwe winterjas, a 160euries, is leuk maar veels te warm om aan te houden op dit soort momenten. *PLING* 305... Het ponskaartjessysteem, hoe bedoel je achterhaalt? We leven toch niet in 1924? Overal kom je binnen met ooglezerscans, in de Albert Hein kun je betalen met je vingerafdruk maar mevrouw de Jong is een kwartier te laat voor een afspraak met Dokter Schoonberg vanwege een sufkutterig ponsplaatje. *PLING*, *PLING* 307... Paspoort, uuuuuuh, PASPOORT? Nee, nee, nee die zit ook nog in mijn agenda... *PLING* 308!
Na lullen als brugman en twintig minuten te laat voor mijn afspraak wachtte ik, quasi nonchalant, doen alsof ik aandachtig de Happinez aan het lezen was, op de dokter.
-‘Mevrouw de Jong?’
Check!
-‘Hallo, ik ben dokter Schoonberg’
Ik schudde de hand van een beetje een warrig overkomende, roodharige man van een jaar of 60 met ledere-lichtbruine-laarsjes, een bril en een te grote witte jas. Hij wenkte mij mee te komen naar zijn kantoortje. Waar ik een beetje ongemakkelijk ging zitten op een houten stoel tegenover zijn rommelige bureau.
Hij vroeg zoals te doen gebruikelijk, naar mijn klachten. Welke ik, om de spanning een beetje te doorbreken, semi-grappig begon te vertellen. Na twee keer onderbroken te zijn door de pieper in de dokter z’n borstzak en een daarop volgend telefoongesprek met een collega over de maaginhoud van een patiënt, konden we beginnen aan het lichamelijke onderzoek. Hij wees mij het kamertje aan de overkant van de gang.
-‘U mag zich hier uitkleden, de onderbroek aanhouden en de rest van uw kleding mag u aan de haak ophangen. Dan ben ik over twee minuten terug’.
Ai, daar gaan we, alles uit... Zei hij nou ondergoed of onderbroek? Ik kom voor mijn darmen, die zitten toch niet in de buurt van mijn borsten?! Ik gok op ondergoed. Oké en nu wachten... Maar hoe te zitten op een bank met een witte strook goedkoop WCpapier in het midden? Ik moet liggen dan ben ik meer ontspannen. Nee toch zitten….. Aah de deur... Ongemakkelijk jump ik in een wat bedoeld was als een ontspannen ogende zithouding, terwijl ik snel probeer het witte papier van mijn plakkerige bil af te trekken...
-‘Zo mevrouw, u mag uw bovenstukje ook nog uittrekken’
Na het lichamelijk onderzoek van zo’n kwartier stond ik bij de bloedafname, zes buisjes bloed happa, een leeg buisje mee naar huis voor een kweekje en een afspraak voor een inwendig darmonderzoek.
‘Prettige middag mevrouw de Jong en wij zien elkaar volgende week!’
Wat is dat toch met mensen, altijd opzoek en gehaast naar iets wat misschien veel beter, mooier of zelfs gelukzaliger is dan wat ze hebben, bezitten of voelen. Maar nooit zoekt men uit wat het ‘dit’ in zijn of haarzelf nou eigenlijk is.
Deze zoektocht is precies de nieuwe uitdaging die ik met mezelf ben aangegaan.
Bijna een jaar geleden zette ik voor het eerst een stap in de wereld van de psychologie. Eng, als falen, onzeker, verdrietig, spannend maar ook een kalmte tintelde door mijn lijf. Verwarring was het enige gevoel wat overbleef op het moment dat ik Annemiek een hand gaf en op de zwarte vierkante leren stoel tegenover haar plaatsnam. Annemiek vertelde me hoe we zouden gaan werken. Ik vertelde waar ik mee zat, waar ik tegenaan liep en hoe mijn rommelige leventje er tot nu toe uit had gezien. Annemiek luisterde aandachtig, liet lange ongemakkelijke stiltes vallen terwijl ze me met haar doordingende ogen bleef aankijken, ze stelde 128 vragen en schreef werkelijk alles op wat ik zei.
‘Goed, Sanne... Veel vertelt...’, aldus Annemiek. ‘Oh, we zijn klaar?’ vroeg ik, al zoekend naar een klokje om te kijken of ik wel tijd en waar voor mijn geld kreeg. ‘Ja, ik geef je voor nu een paar formuliertjes mee die je thuis mag invullen. Als je deze volgende week weer meeneemt dan gaan we ze, nadat ik ze heb nagekeken, bespreken. Samen met wat je me nu allemaal hebt verteld zal ik een diagnose stellen en bepaal ik een plan van aanpak’. ‘Ja, nou, oké, top’ antwoordde ik een beetje warrig. Met een pak papier van heb ik jou daar en een nieuwe afspraak voor de volgende week op zak, fietste ik vol trots weg van de praktijk.
27 sessies verder, ‘genezen’ van een minderwaardigheidscomplex, persoonlijkheidstoornis, verlatingsangst en nog 3 van die termen die kids gratis krijgen op het moment dat je met je mams in de rij van de kassa bij de Appie Hein staat. Waar je de buurvrouw tegen komt die met trots aan je staat te verkondigen dat je paps het doet met de beste vriendin van je moeder. En na hele vette trip in Thailand en Laos, heb ik mijn rust redelijk gevonden. Terwijl er tegelijkertijd allerlei dingen beginnen te kriebelen. Ik wil mezelf en de wereld daarom heen beter leren kennen, wie ben ik nou eigenlijk, waar word ik echt gelukkig van en welke doelen wil ik voor mezelf stellen.
Het ‘dit’ in mezelf, is waar ik naar opzoek ga.